“Het kostte bloed zweet en tranen, maar dat hoort erbij als je werkt aan échte vernieuwing”

Tjark de Vries, algemeen directeur van Strukton Rail Nederland

share Delen

Strukton is vanaf het begin de voortrekker van Energie in het OV. Nu draagt het spoor- en bouwbedrijf het stokje over aan MRDH, RET en HTM. Tjark de Vries, algemeen directeur van Strukton Rail Nederland, is trots op wat er al is neergezet. “Het is precies wat we voor ogen hadden: wij zetten iets in gang en anderen bouwen erop voort”.

Hoewel De Vries van oorsprong civieltechnicus is, heeft hij een ware passie voor het spoor ontwikkeld. Sinds 2014 werkt hij samen met zijn team aan innovatieve oplossingen. “Meer treinen laten rijden vraagt meer elektrisch vermogen. Sneller accelereren doet dat ook. Hoe lossen we dat op? We kijken daarbij ook naar ontwikkelingen in elektrische auto’s en accu’s. Tegen 2030 willen we volledig emissieloos werken. Dat betekent bijvoorbeeld geen diesel-locomotieven meer tijdens bouwprojecten.”

Een belangrijke innovatie is de OV Energiebank. De Vries legt uit hoe die ontwikkeling tot stand kwam: “We hebben een paar jaar geleden oude NS-locomotieven omgebouwd en een batterij toegevoegd. Onder een bovenleiding laadt de batterij op; bij werkzaamheden zonder bovenleiding gebruiken we die batterij om de elektrische loc toch te kunnen laten rijden. Het balanceren van vraag en aanbod van stroom klinkt simpel, maar de onderliggende techniek is complex. Hier werken onze collega’s in Alblasserdam al jaren aan. Exact dezelfde technologie passen we nu toe op ’s werelds eerste ‘unplugged onderstation’. Het resultaat is een operationele OV Energiebank voor trams: Een compact onderstation van nog geen 15 vierkante meter dat trams voorziet van stroom - zonder Stedin-aansluiting.”

De OV Energiebank is niet alleen toepasbaar op het spoor, maar ook in het andere openbaar vervoer en zelfs bij zonnepanelen voor huishoudens. “We krijgen vragen vanuit allerlei sectoren. Het is mooi om te zien hoe breed deze technologie inzetbaar is.” De Vries is trots op de resultaten en het proces. “Het is gaaf dat de OV Energiebank nu echt operationeel is. Het is geen allesomvattende oplossing, maar wel een belangrijke stap.

Naast technische innovatie benadrukt De Vries het belang van bestuurlijke samenwerking, bijvoorbeeld met initiatieven als Energie in het OV en de ‘Ovale Tafel Energievoorziening Spoor’, waarbij verschillende partijen samenkomen. “Die initiatieven laten zien hoe complex de wereld op dit gebied is, maar ook hoe de belangrijkste stakeholders kunnen worden samengebracht. Innovaties vragen niet alleen om technologie, maar ook om nieuwe wetgeving, economische modellen en aanbestedingsprocedures. Het is verrijkend om in bredere netwerken te opereren en samen problemen op te lossen.”

Waar Nederland vooroploopt in deze ontwikkelingen, merkt De Vries dat andere landen soms achterblijven. “In Zweden is de technologie niet altijd geschikt voor extreme kou, maar stedelijke gebieden zoals Stockholm vragen wel steeds vaker om elektrische toepassingen. Dat soort landen kijkt nu naar Nederland voor oplossingen.”

De Vries benadrukt graag het belang van doorzetten. “De aanhouder wint, is mijn motto. Innovatie vraagt tijd, geloof en samenwerking. Het gaat erom dat we verder bouwen en successen delen.”

Energieinhetov.nl is voor dat laatste een mooi platform gebleken. De Vries: “Robert Galjaard en ik hebben hier samen intensief aan gewerkt. Het was en is belangrijk om goed te communiceren wat de agenda hierachter is. Dat klinkt misschien wat gek, maar het gaat erom dat je niet alleen vanuit je eigen organisatie spreekt. Je wilt voorkomen dat het overkomt als: "Wij van WC Eend adviseren WC Eend" Dat werkt namelijk niet. Als wij als Strukton zeggen: "Deze batterijcontainer is geweldig," overtuigt dat minder. Daarom hebben we besloten om een onafhankelijk label te introduceren en dat werd Energie in het OV. Hiermee wilden we een beweging op gang brengen en ik denk dat je wel kunt stellen dat dat aardig is gelukt.”

“We hebben dit proces actief gefaciliteerd, met tijd en middelen”, vervolgt De Vries. “Het doel was om deze beweging te versterken en verder te brengen. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van symposia, waar we mensen met elkaar verbinden en ook op bestuursniveau interesse wekken. Dat creëert kansen om successen te boeken en mogelijk subsidies of andere middelen vrij te maken voor nieuwe innovaties.”

Dit soort initiatieven vraagt volgens De Vries om zorgvuldige begeleiding, want het gaat om publiek geld. “Daarom moet je uiterst zorgvuldig te werk gaan. Het kan nooit puur een projectstructuur zijn; het gaat om een beweging die ondersteund moet worden. Wij hebben die beweging aangejaagd, maar nu dragen we die over aan MRDH, RET en HTM. Zij nemen het stokje over en gaan het verder brengen. Dat is precies zoals we het voor ogen hadden: wij zetten iets in gang en anderen bouwen erop voort. De afgelopen jaren hebben we er met overtuiging aan gewerkt, ondanks de uitdagingen en tijdsdruk. Dat maakt het des te mooier om nu de beloning te zien: de beweging leeft en wordt voortgezet. Het was een intensief proces, dat bloed, zweet en tranen kostte, maar dat hoort erbij als je werkt aan échte vernieuwing.”

close

call +