Toen vervoersmaatschappij EBS eind 2023 het busvervoer in Flevoland overnam, bleek dat in het centrum van Lelystad niet kon worden geladen doordat het stroomnet daar vol zat, terwijl ook de energieaansluiting in Emmeloord niet op tijd klaar was. EBS week uit naar Lelystad Airport en een transportbedrijf in Nagele. Op Lelystad Airport staat een laadstation voor 28 bussen, waarvoor de luchthaven tijdelijk een deel van haar beschikbare capaciteit ter beschikking stelt.
Hoe ver zo'n noodoplossing elders kan gaan, blijkt in Alphen aan den Rijn. Daar laadt vervoersmaatschappij Qbuzz een aantal elektrische bussen met dieselaggregaten omdat voldoende aansluitcapaciteit ontbreekt. De bus rijdt elektrisch, maar de tijdelijke energievoorziening erachter is fossiel.
In Roosendaal leidt hetzelfde knelpunt weer tot een andere uitkomst. Daar blijven ongeveer vijftig bussen voorlopig op diesel rijden, omdat voor de nieuwe remise niet tijdig voldoende stroom beschikbaar kwam. Vanaf de zomer van 2027 worden de elektrische bussen alsnog gefaseerd ingevoerd.
Drie plaatsen, drie noodoplossingen. De overeenkomst is belangrijker dan het verschil: de energietransitie in het openbaar vervoer wordt niet alleen bepaald door het voertuig, maar door het systeem dat het voertuig van energie voorziet.
Wie hier een schuldige zoekt, komt bedrogen uit. De vervoerder voert uit wat is aanbesteed. De provincie stuurt op schoon en betrouwbaar openbaar vervoer. De netbeheerder bewaakt de betrouwbaarheid van een net dat op veel plekken vol zit. Iedere partij doet waarvoor zij is opgericht. En toch kan de optelsom vastlopen.
Daarmee wordt zichtbaar dat niet alleen het elektriciteitsnet onder druk staat, maar ook de manier waarop we energie en mobiliteit hebben georganiseerd. Steeds meer maatschappelijke opgaven doen een steeds groter beroep op dezelfde energie-infrastructuur: woningbouw, landbouw en industrie, digitalisering en mobiliteit.
Vereenvoudigd gezegd was energie jarenlang vooral een randvoorwaarde. Wie meer nodig had, vroeg een zwaardere aansluiting aan en die kwam er meestal. Mobiliteit en energie waren grotendeels gescheiden werelden. Dat model heeft ons ver gebracht. Maar inmiddels elektrificeert alles tegelijk. Woningen, fabrieken, auto's én het openbaar vervoer doen een beroep op hetzelfde net. Alleen laat een elektriciteitsnet zich niet in hetzelfde tempo uitbreiden. Nieuwe kabels en stations vragen ruimte, vergunningen, materialen, vakmensen en tijd.
Hier schuilt de eerste les voor iedereen die iets aanbesteedt. We doen dat graag technologieneutraal: kies zelf maar batterij of waterstof. Maar die twee zijn geen kleurtjes op hetzelfde stopcontact. Een batterijbus vraagt om laadinfrastructuur en voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet. Een waterstofbus vraagt om productie, opslag, distributie en een tankstation. Dat is een compleet ander energiesysteem, met andere partijen, andere doorlooptijden en andere knelpunten.
Technologieneutraal aanbesteden betekent nog niet dat de uitkomst systeemneutraal is. Wie na een technologieneutrale aanbesteding op batterij of waterstof uitkomt, maakt daarmee óók een keuze voor het energiesysteem erachter. Maar die consequentie blijft in de besluitvorming nog te vaak onderbelicht. Achter iedere emissievrije kilometer schuilt een energiesysteem en dat regelt zichzelf niet. En daarmee is dit niet alleen een technisch probleem. Het is ook een organisatorisch en bestuurlijk probleem.
De vervoerder kan het elektriciteitsnet niet verzwaren. De netbeheerder stuurt de dienstregeling niet. De gemeente kan geen transportcapaciteit toewijzen. Ieder stuurt logisch op de eigen taak, het eigen budget en de eigen planning. Voor elk onderdeel bestaat een eigenaar. Voor het geheel veel minder. Zo kan een systeem vastlopen terwijl niemand faalt. Dat vraagt niet om één nieuwe eigenaar, maar wel om regie op de samenhang. Wie kan ervoor zorgen dat die verschillende werelden op tijd bij elkaar komen?
De volgende stap begint daarom vóór de bus gaat rijden: vervoer, energie en infrastructuur vanaf het begin als één systeem ontwerpen. Zero-emissie was de voertuigkeuze. Systeeminnovatie is de opgave erachter.
.jpg)
.jpg)