Het langverwachte bestuurlijk akkoord Netcongestie & OV is eindelijk daar! Dit akkoord heeft als hoofddoel om de duurzame groei van het openbaar vervoer te waarborgen en de energietransitie te ondersteunen door netcongestie te beperken. Om dat te bereiken worden slimme en innovatieve oplossingen versneld ingezet. Stephan Brandligt, een van de aanjagers van het akkoord, is blij met het resultaat en denkt dat deze afspraken een belangrijke stap vooruit zullen blijken voor de sector.
De noodzaak om iets aan netcongestie te doen is overal, maar zeker in het OV urgenter geworden, door de elektrificatie van bus- en railvervoer en de snelle toename van laad- en oplaadfaciliteiten. Maar het is niet op elke plek een probleem dat precies op dezelfde manier uitpakt. Een energieoplossing die goed werkt voor de RET in Rotterdam, is bijvoorbeeld niet automatisch ook geschikt voor een andere stad of streek.
Voorheen pakten overheden, vervoersbedrijven en netbeheerders netcongestie vaak ieder vanuit een eigen perspectief aan. Het akkoord brengt deze partijen nu bijeen: zij gaan via regioteams en werkgroepen kennis en ervaring uitwisselen, zodat helder wordt waar de knelpunten precies zitten en welke specifieke oplossingen daarbij horen. Brandligt: “Er wordt nu al met elkaar gesproken door partijen die dat voorheen niet deden. Het delen van data en informatie is cruciaal, omdat je lokale omstandigheden heel precies moet kennen om tot de juiste aanpak te komen.”
Partijen kunnen ook later nog besluiten mee te doen met het akkoord. Brandligt: “Dit is een organisch proces: je krijgt met veel verschillende belangen en snelheden te maken. Het akkoord zorgt ervoor dat er een gemeenschappelijk doel is, zonder dat iedereen exact in dezelfde pas hoeft te lopen.”
Volgens Brandligt is het van groot belang dat twee ministeries - Infrastructuur & Waterstaat en Klimaat & Groene Groei - het akkoord steunen en ondertekenen. Daarmee krijgt het document extra gewicht. “Netcongestie in het OV hing tot nu toe een beetje in de lucht, het was eigenlijk van niemand. Nu pakken de ministeries dit onderwerp gezamenlijk op, en dat is een flinke vooruitgang. Er is meer regie nodig op landelijk niveau, en een duidelijke rolverdeling tussen de verschillende overheden.”
Bron foto: ministerie van Klimaat en Groene Groei
In de Kamer klonk onlangs nog de hoop dat het akkoord de netcongestieproblematiek zou ‘oplossen’. Brandligt tempert die verwachtingen: “Alleen door een akkoord worden de problemen niet zomaar verholpen. Wel kan het zorgen voor verlichting, omdat we beter samenwerken en kennis delen. Maar grote investeringen van wellicht miljarden euro’s kunnen nog steeds nodig zijn. Dat staat op zichzelf en is niet in één klap geregeld met dit akkoord.”
De komende maanden gaan de regioteams aan de slag met het uitwerken van concrete maatregelen. In de bijlagen bij het akkoord staat alvast uitgewerkt welke acties nodig zijn en hoe die gefaseerd kunnen worden uitgevoerd. Denk aan het in kaart brengen van capaciteitsknelpunten, het ontwikkelen van slimme laadinfrastructuur en het onderzoeken van alternatieve locaties of financieringsbronnen. De eerste bijeenkomsten van de werkgroepen staan al in april gepland.
Brandligt speelt hierin een verbindende rol: hij zorgt ervoor dat partijen aan boord blijven en niet alleen naar hun eigen belang kijken. “Soms willen mensen afhaken omdat iets te ver gaat of juist niet ver genoeg. Dan is het mijn taak om te laten zien dat we hierin samen optrekken, omdat netcongestie een probleem is dat we alleen met gezamenlijke inzet kunnen oplossen.”
Het akkoord is op maandag 31 maart 2025 ondertekend door:
De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Klimaat en Groene Groei, DOVA, EBS, Gemeente Arnhem en Utrecht, GVB, HTM, Keolis, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Netbeheer Nederland, NS, ProRail, Provincie Utrecht, Qbuzz, RET en Vervoerregio Amsterdam.